Saturday, 20 October 2012

De gedroomde uniformjas





Een “navy blue” exemplaar (uiteraard, het gaat hier over uniformen) dat zowel stijlvol als comfortabel is, dat tegen regen kan en bescherming biedt tegen (vries)kou. It’s mine. Tot zo’n zeven jaar geleden was het m’n droomjas: in het secundair onderwijs was ik namelijk verplicht een uniform te dragen.


Uniform blues

De jas die ik daar versleten heb was een afdankertje van een van m’n oudere zussen. Hij was veel te sportief en onelegant naar m’n zin. Te blauw ook (blauwe broek, blauwe trui - met walgelijke snit en al even walgelijk embleem - en dito sous-pull tijdens de wintermaanden: dat is nu eenmaal te veel van het goede). Kortom, het uniform gaf me de blues. Niet alleen op bleu Mondays overigens want ik droeg het elke weekdag en die jas maakte de situatie er dus niet beter op. Eigenlijk was het een ski-jas (van het merk – je gelooft het nooit hoe “origineel” – Mont Blanc) die de zus in kwestie had moeten verslijten.

Hoe die lelijke jas dan op mijn schouders terechtgekomen is? Op m’n dertiende kreeg ik een (toen) prachtige “michelinjas”* van het merk “Oliver Scott” (toen een immens populair merk bij jongeren). De jas was gevuld met pluimpjes, wat hem heel warm maakte maar tegelijk ook zeer fragiel. Bij het wassen moest je namelijk een tennisbal mee in de wasmachine steken zodat de pluimpjes niet aaneen zouden klitten. Dat bleek toch niet zo’n effectieve methode want de jas kwam toch als een pluimbal uit de was. Bye bye coole jas, (verplichte) welkom aan de lelijke ski-jas die m’n zus zelf niet wilde aandoen en die m’n moeder niet ongedragen in de kast wilde laten hangen. Enfin, uiteindelijk heb ik er vijf of zes jaar mee rondgelopen, dik tegen mijn zin.

dik oké, de dikke voering
Freedom

Groot was (logischerwijs) de euforie op m’n achttiende toen ik naar de hogeschool ging en niet langer uniform hoefde te dragen. Ik zwoer marineblauw af (voor eeuwig, dacht ik toen) en kocht mezelf een zwarte, elegante, geklede jas. Twee jaar later schafte ik me een dik, kakigroen, parka-achtig exemplaar aan. Nog eens twee jaar later werd de collectie aangevuld met een beige trenchcoat.

Die groene – de meest gedragen van de drie, omdat hij het warmste is – was aan vervanging toe. Na zes winters was de ritssluiting half losgekomen, de split achteraan aan het doorscheuren en zaten er halve gaten in de stof. Een vervanger vinden bleek niet zo eenvoudig te zijn: een betaalbaar exemplaar, in die zin dat de prijs de looks en kwaliteit van het kledingstuk verantwoordt, leek onvindbaar.

van het merk "Sesun", bij Your in Antwerpen

Uiteindelijk viel mijn oog op deze (zie hierboven) gedroomde uniformjas. De jas waarvoor ik m’n eigen eed (will never wear navy bleu again) heb verbroken. Misschien was nostalgie m’n drijfveer; een zekere heimwee naar m’n studententijd en het bijhorende luilekkerleven. Of misschien heb ik ingezien dat marineblauw echt mooi is. Te mooi om ongedragen in de winkel te laten hangen, vooral als het gaat om een blauwe jas die mooi en warm is én voorzien van de perfecte snit. 

* i.e. Die lijkt op de mascotte van het bandenmerk Michelin: een jas met banden, dus.

No comments:

Post a Comment